|
Getuigenis Els
Hoe ben ik in India terechtgekomen? Laat ik beginnen bij het begin : ik was de westerse drukte en stress meer dan moe, ik wou meer zingeving in mijn leven. Zo kwam het idee om vrijwilligerswerk te doen in het buitenland.
Vanuit mijn werk als leerkracht leek de stap naar een weeshuis logisch.
Dus begon ik alle mogelijke NGO’s te contacteren, gesprekken en vragenlijsten volgden. Echter zonder succes : men vond dat buitenlandse hulp in weeshuizen niet duurzaam genoeg was en achteraf bekeken hadden ze ergens wel gelijk.
Ik wou persé het volgende schooljaar loopbaanonderbreking nemen en vertrekken, joost mag weten naar waar, maar mijn besluit was genomen.
Via kleinere ontwikkelingsorganisaties, zeg maar de “vierde peiler”, m.n. via Frans Wuytack, Frans Swartelee van het kinderrechtenhuis en via de Sociale Hogeschool van Heverlee ben ik uiteindelijk in Chennai bij Sunitha en Amal terechtgekomen.
Ik herinner me nog de weken voor mijn vertrek :” Waar ben ik in godsnaam aan begonnen?” spookte het door mijn hoofd. Nochtans had ik regelmatig contact met Sunitha en Amal via mail, had ik heel goed in mijn hoofd wat er van me verwacht werd, ik had de dossiers van de meisjes gelezen...M.a.w. ik was voorbereid.
Toch ervoer ik de 14-uur durende vlucht als in een droom en de droom bleef toen ik midden in de nacht aankwam : na een hartelijke ontvangst werd ik naar het huisje in de sloppenwijk gebracht. Ik moest serieus slikken : een piepklein kamertje, rieten matjes en 20 slapende kinderen en hun verzorgster. De kinderen sliepen in hun gewone kleren, het was er broeierig heet. Ik voelde een schok, waar ben ik terechtgekomen, maar ik bleef in een soort waas. De hele eerste week leefde ik in een soort roes, gewoon om te kunnen overleven. Er was immers geen privacy, geen hygiëne, geen ..... eigenlijk was er niks van alles wat we in het westen gewoon zijn.

Ook was er het Indische groepsgevoel, wat wel eens in conflict kwam met mijn westerse gerichtheid op mijn eigen individu. Hoe gastvrij Sunitha en Amal ook waren, ik was niet vrij om te doen wat ik wou. Ik moest me volledig aanpassen en dat is me eigenlijk goed gelukt. Ik werd onvermijdelijk geconfronteerd met mezelf en mijn beperkingen. Hier hadden de NGO’s gelijk : ik had het gevoel dat ik veel minder voor de mensen kon doen dan zij voor me deden : ze bewogen hemel en aarde om me thuis te doen voelen, met het weinige dat ze hadden. Om een voorbeeld te geven : zelfs adressen schrijven op brieven die ze naar hun weldoeners stuurden, kon ik niet omdat mijn on-Britse handschrift voor Indiërs niet leesbaar is. Ook in de lagere school van de laagste kaste in de sloppenwijk was het pompen of verzuipen : er was geen bord, geen krijt, geen papier, geen boeken... Dus bleven mijn Engelse lessen beperkt tot het opdreunen van Engelse woordjes waar ik toevallig een foto van had ter illustratie. In het weeshuis zelf was het leukste om te spelen met de kinderen, de kinderen te verzorgen en ze de knuffel geven die ze nooit kregen en meer kon ik eigenlijk niet voor hen doen.
Eigenlijk heb ik hen vooral op financieel vlak kunnen helpen.

Spijtig genoeg ben ik na 2 maanden al ziek geworden : ik kreeg chykun kunia en werd opgenomen in het ziekenhuis en ben later gerepatrieerd naar België. Toch zie ik mijn Indisch avontuur als een van de meest positieve ervaringen uit mijn leven. Ik ben er wel wat naïef aan begonnen en had niet echt een realistisch beeld van de situatie : vooral mijn westers lijf bleek snel te protesteren tegen de Indische levensomstandigheden. Maar ik blijf erbij dat Sunitha, Amal en de kinderen heel veel voor mij gedaan hebben : ik ben los van de westerse luxe, ik kan beter relativeren, heb meer zelfvertrouwen en koester de waarden die ik in India geleerd heb.
Voor de rest van mijn leven houd ik die band met hen levend : ik wil me vanuit België blijven inzetten voor deze schitterende mensen.

Toen Katelijn, Erwin en Hilde het nieuws hoorden dat ik naar huis zou komen, was er even paniek. Ze hadden immers al een vliegticket geboekt om me te komen bezoeken. Hun reis is toch doorgegaan , ze hebben het weeshuis bezocht en waren er meteen weg van. Vandaar dat we nu een groepje van vier vormen en ons uit de naad werken om Sunitha en Amal te blijven steunen. Zonder hen zou ik het niet kunnen....
Paadhai België was geboren ! (alias het Madras-team) Lees meer over het reisverslag van mijn kompanen.
|